
dinsdag 19 december 2006 - NRC Handelsblad - René Moerland
Internet als spelbederver
‘Franse regering schiet als in een western op de eerste die voor het raam verschijnt’ achtergrond: Hoe overheden, de Franse voorop, een achterhoedegevecht voeren op de gokmarkt
Frankrijk schermt zijn gokmarkt af voor buitenlandse concurrentie. Brussel kapittelt het Franse protectionisme. Internet bedreigt nu de Franse gokindustrie van binnenuit. Frankrijk is een open land voor internationale bedrijven. Maar niet voor alle.
Dat merkten de directeuren van een Oostenrijkse beursgenoteerde onderneming toen zij zich half september in Zuid-Frankrijk presenteerden als nieuwe shirtsponsor van de voetbalclub AS Monaco. De politie wachtte niet op het einde van hun persconferentie om Norbert Teufelberger en Manfred Dobner te arresteren. Wat hebben zij fout gedaan? Ondernemen in de verkeerde sector. Teufelberger en Dobner doen in gokken. Internetgokken.
Op sportuitslagen. Hun bedrijf, Bwin, operend vanaf Gibraltar, beroept zich op de Europese vrije concurrentie om nationale markten te veroveren. Volstrekt legaal, onderstreept hun advocaat Frédéric Manin in Parijs. Maar de Franse justitie denkt er anders over. Bodner en Teufelsberger zaten een weekend in voorarrest. Ze moeten voor de rechter verschijnen. De shirtreclame gaat niet door. Het Franse parlement nam in allerijl een verbod aan op reclame voor gokbedrijven. Ook het uitkeren van winsten wordt aan banden gelegd. Manin: „Frankrijk gaat eraan voorbij dat de EU-wetgeving boven de nationale gaat.” Het conflict tussen de Franse overheid en het Oostenrijkse gokbedrijf staat niet op zich. Van oudsher worden kansspelen door landen aan banden gelegd. Ook in Frankrijk. Het organiseren van kansspelen is er verboden, behalve als de staat expliciete toestemming geeft.
Dat geldt ook voor internetgokken. Alleen het staatsbedrijf La Française des Jeux (monopolie op Lotto, Keno en sport) en de PMU (paardenrennen) mogen dat. Met hun opbrengsten financieren zij sportverenigingen en paardenraces. De goksector is door de regering ingedeeld bij de strategische bedrijven die niet in buitenlandse handen mogen komen. Minister van Begroting Copé zegt dat de monopolies nodig zijn om witwassen te voorkomen en gokkers te beschermen. Ook de casino’s hebben afzonderlijke licenties. Zij mogen niet op internet actief zijn.
De opkomst van internetbedrijven zet de monopolies onder druk. Eurocommissaris McGreevy (Interne Markt) bereidt procedures voor tegen Frankrijk en andere lidstaten wegens het illegaal afschermen van de markt (zie: ‘Wat wel en niet mag van Brussel’). Sinds de Verenigde Staten in september een verbod op internetgokken hebben ingevoerd, is de druk op de Franse markt gegroeid, zegt senator François Trucy van regeringspartij UMP, die onlangs een rapport publiceerde over de toenemende gokverslavingen in Frankrijk.
Vanaf hun basis binnen de EU, op Gibraltar of Malta, proberen operators als Mr. Bookmaker en 888 net als Bwin klanten te werven. In korte tijd hebben de Fransen toegang gekregen tot 2.000 sites. Wereldwijd zou 23 miljard euro op internet worden verspeeld. In zijn rapport analyseerde Trucy de Franse kansspelmarkt. Fransen geven gemiddeld aan gokken nog een fractie minder van hun budget uit dan andere Europeanen (0,9 tegen 1 procent). Maar Frankrijk is een van de grootste potentiële groeimarkten. Vooral op internet. Volgens Trucy toont de affaire-Bwin dat de regering verkeerd reageert. „Zij speelt cowboy’tje.
Als in een western schiet ze op de eerste die voor het raam verschijnt.” Trucy bepleit overleg met de nieuwkomers. „Laat ze maar uitleggen of zij betrouwbaar zijn. Dat kan je onderscheid maken.” Volgens de socioloog Jean-Pierre Martignoni-Hutin, verbonden aan de universiteit Lyon II, voert de Franse regering met haar harde opstelling een achterhoedegevecht. „Gokken zul je niet uitroeien.
Juist daarom kan de staat beter zorgen voor georganiseerde concurrentie”, meent Martignoni, een van de weinige Franse goksociologen. Onderzoek laat zien dat de verlokking groter is als zij nabij is. La Française des Jeux heeft zijn omzet vergroot door het aantal verkooppunten uit te breiden. „Op internet is die afstand helemaal afgeschaft. Dat maakt het weren van problematische en minderjarige spelers des te belangrijker.” Maar volgens Martignoni is de gedachte dat op internet alleen een totaalverbod effectief is, ongegrond. „Als een speler ergens sporen nalaat, dan op internet. En is de controle op de herkomst van geld in casino’s of bij de PMU waterdicht?” Martignoni zou een systeem van Europese licenties voor bonafide gokbedrijven „een logische ontwikkeling” vinden.
Patrick Partouche, directeur van het casinoconglomeraat Partouche, ziet liever licenties per land. „60 procent van wat ik in mijn casino’s verdien, draag ik af aan de staat. Alleen via nationale internetlicenties kun je een bedrijf tot zulke voorwaarden verplichten”, redeneert hij. Partouche verbond in 2001 zijn bedrijfsnaam aan een goksite vanaf Gibraltar. Maar Franse spelers mogen er geen geld inzetten. Partouche vecht voor het Europese Hof het monopolie van La Française des Jeux aan. Volgens hem wil de overheid tijd rekken. „In 2008 moet het contract van La Française des Jeux vernieuwd worden. Volgens de Europese regels.” Die mogen dan niet te ongunstig zijn. Maar is het argument van de staat niet redelijk: op de gokmarkt is overheidscontrole nodig, wegens de sociale en financiële gevaren? Een deur verder, naast het Partouche-hoofdkantoor in Parijs, reageert Eric Bouhanna geërgerd.
De 45-jarige ondernemer heeft sinds twee jaar, met steun van de casinovakbond die Partouche voorzit, een gratis 24-uurshelplijn voor gokverslaafden opgezet, Adictel. Casino’s en gokbedrijven betalen voor de hulp die zijn bedrijf levert via de telefoon, een praatgroep en een netwerk van psychologen. Volgens Bouhanna, een voormalig casinomarketeer, levert de markt een betere opvang van gokverslaafden dan de staat. Tegelijk ziet hij zichzelf als „ambassadeur” voor nieuwe operators in Frankrijk. Partouche is intussen niet meer zijn enige klant. Bouhanna verkoopt een kwaliteitscertificaat (fairplayers.com) voor operators. Adictel is niet het enige initiatief op dit gebied. Maar juist de monopoliebedrijven doen volgens Bouhanna „bijna niets” voor de slachtoffers van gok- en kansspelen. Advocaat Manin van Bwin zegt dat ook. Bwin heeft ook een eigen organisatie opgericht die kwaliteitseisen stelt, op Europees niveau: de European Betting Association. „Bwin is niet voor spelen zonder grenzen. Men mag bijvoorbeeld niet meer dan 5.000 euro per maand bij Bwin inzetten.”
Volgens de socioloog Martignoni-Hutin zijn bedrijven als Adictel geen goede oplossing voor de nieuwe problemen met internetspel. „De business rond de gokverslaving stuit uiteindelijk op een belangenconflict tussen het opvangen van verslaafden en het verbreiden van het spel.” Maar een nieuw evenwicht tussen toezicht en concurrentie, meent hij, lijkt nog ver weg. AC Milan op 16 december. Milan mag in Italië wel spelen met shirtreclame van internetgokbedrijf Bwin, wat AS Monaco in Frankrijk niet mag. (Foto AP, links). Spelers van Toulouse op 1 oktober: zij moeten hun shirtreclame van internetgokbedrijf 888 verbergen. Foto AFP Wat wel en niet mag van Brussel Lidstaten mogen in de Europese Unie beperkingen opleggen aan bedrijven die gokspelletjes aanbieden.
En vrijwel alle EU-landen hebben dat gedaan, blijkt uit onderzoek in opdracht van de Europese Commissie. De Commissie werkt niet aan nieuwe regels om de Europese gokmarkt te liberaliseren, zegt een woordvoerder.
Wel is zij bezig na te gaan of lidstaten de bestaande regels voor het vrije verkeer van diensten overtreden. Lidstaten mogen beperkingen opleggen aan dat vrije verkeer, bijvoorbeeld voor de openbare orde, de volksgezondheid of verslavingspreventie, legt de woordvoerder uit. Zo is het mogelijk dat prostitutie in Zweden verboden is, terwijl het in Duitsland legaal is. Alleen: de beperkingen die een lidstaat oplegt moeten „proportioneel” en „niet-discriminerend” zijn. Ze moeten gelden voor álle aanbieders van een dienst. De Commissie denkt dat de regels die een aantal landen heeft opgesteld voor gokspelletjes niet aan die eis voldoen. Daarom is zij het afgelopen jaar een juridische procedure begonnen tegen Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk en Zweden. Oostenrijk heeft het bijvoorbeeld casino’s uit andere lidstaten verboden om reclame te maken. Dat is discriminerend, denkt de Commissie. In Nederland gaat het om de monopoliepositie van Holland Casino. (Jeroen van der Kris, Brussel)